Voorlichting
04-05-2018

Onze keten in beeld; de link met de melkveehouderij

In professionele vorm bestaat de kalversector vanaf begin jaren zestig van de vorige eeuw en vindt zijn oorsprong vanuit de melkveehouderij.


Na de Tweede Wereldoorlog wilde Europa nooit meer honger; het Europese landbouwbeleid ging sturen op schaalvergroting. Tot die tijd hadden boeren vaak een gemengd bedrijf dat van alles een klein beetje produceerde. Ze hadden enkele koeien, enkele varkens, wat graan en een moestuintje. Echter speelde zich in de voedingswereld een intensief uitbreidingsproces af. Met de groei van de naoorlogse bevolking stegen de voedselbehoefte aanzienlijk. De veeboeren werden groter en specialiseerde zich, de zuivel- en kaasfabrieken werden groter, de vraag van de consument werd groter. 

Waar koeien zijn, zijn ook kalveren. Een koe geeft immers alleen melk als het drachtig is geweest. Een deel van deze geboren kalveren wordt door de boer gehouden voor vervanging en uitbreiding van zijn melkveestapel. De overige kalveren gaan als zij minimaal 14 dagen oud zijn naar kalverhouderijen. Dit zijn voornamelijk de stiertjes. Op de kalverhouderijen worden de kalveren in diervriendelijke groepshuisvesting gehouden. De geboorte van kalveren heeft dus alles te maken met de consumptie van melk, boter en kaas.